In de meeste boeddhistische tradities kan je, als je je er een tijd mee bezig hebt gehouden en je er thuis voelt, je er ook officieel mee verbinden. Die mogelijkheid bestaat al vanaf de tijd van de Boeddha.
Het gebeurt met een prachtige ceremonie (vind ik) waarin je de boeddhistische geloften aanneemt, die vergelijkbaar zijn met de 10 geboden uit het christendom, maar voor mij in een inspirerender vorm. Kort gezegd komt het erop neer dat je belooft een goed mens te zijn. Tijdens die ceremonie, Jukai genaamd, krijg je ook een Boeddhistische naam. Toen ik de geloften ontving van mijn leraar Nico Tydeman, en boeddhist werd, kreeg ik van hem de naam Avalokiteshvara. Daar wil ik het nu over hebben.

Avalokiteshvara (Pali, uit het India van de tijd van de Boeddha) wordt ook wel Kwan Yin (Chinees) en Kanzeon (Japans) genoemd. Eerst werd hij mannelijk afgebeeld; later vooral vrouwelijk. Hij/zij is de belichaming van mededogen, van compassie. Het is geen historische figuur, maar een bodhisattva – letterlijk vertaald heilig wezen – een heilig ofwel transcendent aspect van onszelf, van wie we zijn. Avalokiteshvara kent de rust, schoonheid en vrede van nirvana, van onze verlichte staat, maar kiest ervoor om het nirvana niet binnen te treden tot alle levende wezens bevrijd zijn van lijden. Daar werkt zij aan. Zij hoort de uitroepen van pijn van de wereld en haar serene lichaam is bedekt met ogen waarmee zij alles ziet. Ze draagt een traan. Ze heeft duizend handen om te kunnen doen wat nodig is.
De tranen van Avalokiteshvara
Ik was nogal onder de indruk toen ik die mooie naam van mijn leraar kreeg. Ook andere boeddhisten vonden het nogal wat. De opdracht om alle levende wezens te bevrijden voelde in eerste instantie als een zware. Hoe kon ik dat ooit waarmaken? En de geloften die ik had afgelegd, waaronder geen kwaad doen en niet liegen, zijn ook al onmogelijk om te realiseren. Maar gaandeweg de jaren ben ik me gaan realiseren dat ik deze bodhisattva werkelijk ben, dat ik ‘alleen maar’ mezelf hoef te zijn om mijn naam recht te doen. Ik kies ervoor om niet onverschillig te zijn, om geraakt te worden door het vele lijden dat ik om me heen zie. En ik kies ervoor om telkens weer te doen wat binnen mijn bereik ligt om het lijden op te heffen. Die intentie blijven voelen, daar gaat het kennelijk om, de wens koesteren om dat te doen wat kan. Er is geen resultaatverplichting. In de meeste gevallen is het resultaat ook niet meetbaar, niet zichtbaar. Het blijkt het levend houden van het voornemen te zijn dat telt en ik merk dat het mijn leven en dat van anderen beïnvloedt, transformeert.
Als ik kijk naar de ecologische staat van de wereld, met alle oerwouden die gekapt worden, de plastic soep en het klimaatprobleem, dan stromen bij mij de tranen van Avalokiteshvara, van wie ik werkelijk ben. Het raakt me. Ik voel me machteloos. Waar te beginnen? Ik kies ervoor om de pijn niet te negeren maar te onderzoeken wat zinvol zou kunnen zijn om te doen. Ik kies ervoor om uit mijn comfortzone te treden, te werken in een stichting, telkens opnieuw uit te zoeken hoe we met ons team een bijdrage kunnen leveren. En telkens weer is de realiteit weerbarstig, is het uiterst lastig om iets voor elkaar te krijgen. Terwijl ik het nirvana ken, het besef dat alles in deze wereld perfect is zoals het is en dat er uiteindelijk niets te doen valt, kies ik voor samsara, de moeizame kant van het bestaan met zijn dromen en mislukkingen.
Voornemen
Dagelijks komen er berichten dat de milieuproblematiek nog erger is dan we al dachten. Steeds meer data, steeds preciezer wetenschappelijk inzicht hoe dit werkt. Van over de hele wereld komen er verhalen en beelden hoe dit mensenlevens raakt en wat de invloed op de natuur is. En het effect van mijn werk? Om eerlijk te zijn is er nauwelijks iets zichtbaar. Hoe houd ik dan de moed erin? Hoe blijf ik mijn dagelijks geploeter zien als een zinvolle onderneming? Dat zit in mijn voornemen. Het voornemen om me te blijven laten raken. Het voornemen om te proberen inzicht te krijgen in wat er nodig is. En het voornemen om te doen wat ik kan, hoe weinig dat ook is. Dat is mijn antwoord op wat ik zie. Zo realiseer ik telkens weer opnieuw de opdracht van mijn boeddhistische naam in mijn leven, wetend dat ik ook zonder iets te doen de bodhisattva al volledig belichaam, dat Avalokiteshvara is wie ik werkelijk ben. Zo ben ik thuis, ook als ik steeds weer van huis ga, de wereld in, om te doen wat me kennelijk te doen staat.
