De ogen openen

Bodhidharma was de beroemde eerste Zen Patriarch met de uitpuilende ogen en de rode baard. Hij leefde van ongeveer 440 tot 528 van onze jaartelling. Hij werd geboren in Zuid-India en stierf in China. Zijn reis, van vele maanden, ging per schip, rondom het Maleisisch schiereiland. Bodhidharma wordt in de zentraditie gezien als degene die het Boeddhisme naar China bracht. Hij had twee volgelingen die lange tijd met hem optrokken. Aan een van hen heeft hij de leer volledig kunnen overdragen, waarna die verder werd overgedragen naar volgende generaties. Tegelijkertijd vond toen ook een kruisbestuiving plaats met het Taoïsme, waaruit Chan ontstond en later, in Japan, Zen.

Bodhidharma was niet de eerste die het Boeddhisme naar China bracht. Toen hij daar aankwam, waren er daar al meer dan 8.500 boeddhistische kloosters met meer dan 115.000 monniken. Dat aantal groeide in de circa 50 jaar die hij in China was tot minstens 30.000 kloosters en 2 miljoen monniken. Met zijn twee volgelingen stak hij daar schril bij af. Maar hij is het die in onze traditie deze belangrijke stap maakte. Van hem lezen we in onze traditie nog steeds de eerste zenteksten. Naar aanleiding van deze teksten, gebundeld in het boekje ‘Bodhidharma – De oorsprong van zen’ (vertaald uit het Chinees door Red Pine) schreef ik het volgende gedicht.


De ogen openen

Er is een weten
dat niet verloren gaat
zelfs voor wie dit
nooit gekend heeft

Een helder licht
zichtbaar
in alle dingen
in elk moment

Voor wie het niet ziet:
kijk, simpelweg, kijk
Het is hier waar je bent
onvervreemdbaar voor altijd

Het wonderbaarlijke geluk
van te zijn met wat is
ongeacht de omstandigheden
badend in schoonheid

Het universum is doortrokken
van deze grondeloze perfectie
Deze ene geest
is al wat bestaat en niet bestaat

Voor wie de wijsheid bezit
is het hier te zien, horen, voelen en ruiken
Wie door de genade niet is aangeraakt
is er eindeloos ver vandaan

Lieve, lieve mensen
verstoken van de onfeilbare vervulling
kom bij me en
laat me je wakker kussen

Het ontbreekt je aan niets
om voor altijd op je gemak te zijn
Laat me je troosten
Je hebt aan jezelf genoeg

Avalokiteshvara, 4 augustus 2020

Krachtig moment

Nu je dit leest, ben ik weer terug in Nederland. Maar bij het schrijven van dit blog ben ik nog op vakantie in Frankrijk, op de kleine stille camping van een schattig dorpje in de buurt van de prachtige en indrukwekkende stad Albi. Enkele dagen geleden ben ik, bij het gaan zwemmen in een meertje, in een doorn gestapt. Daarna is mijn rechter grote teen gaan ontsteken, waarvoor ik gisteren antibiotica heb gekregen en een icepack om mijn teen te koelen. Ik voel me inmiddels beter: de zwelling en de pijn zijn vrijwel verdwenen. Maar vandaag kunnen we onze langzame terugreis langs kleine weggetjes nog niet hervatten, want aan het eind van de middag krijg ik voor de zekerheid nog een inenting tegen tetanus.

Dit is zo’n moment in mijn leven waarin van alles mogelijk is. Eigenlijk zoals ieder moment, maar meestal voel ik of maak ik niet de ruimte om de kracht van het moment echt te benutten. De meeste momenten gaan op aan het bekende, aan het verwachte, terwijl dat bekende en verwachte eigenlijk niet betstaat omdat alles voortdurend volledig in verandering en nieuw is. Ons bestaan is zo wonderbaarlijk dat zelfs die manier van zijn ons leven volop kan vervullen, omdat de kracht en schoonheid van wat is toch telkens door het gebruikelijke heen weet te piepen.

Maar vandaag is een van de dagen in mijn leven waarin ik de ruimte wil nemen om iets op te pakken dat mijn aandacht vraagt: het opnieuw opstarten van mijn zenblog, waar ik ruim een half jaar niet aan ben toegekomen. Dankzij dergelijke ‘open’ dagen ben ik met mijn duurzaamheidswerk gestart en met het geven van zenlessen, met de meeste voor mij belangrijke zaken in mijn leven. Een vorm van genade. En op een soortgelijke manier ontstaan telkens mijn blogs, mijn gedichten en mijn foto’s, die ik via deze weg met je deel.

Graag wil ik nog even stilstaan bij de coronacrisis. Ook die vormt een periode die anders is dan verwacht en die ons terugwerpt op onszelf. Een periode die om die reden vergelijkbaar is met mijn dag van vandaag op de camping en met een zenretraite. Waarin je jezelf tegenkomt en je met nieuwe ogen naar je werkelijkheid kunt gaan kijken. Ik wens je toe dat je deze onverwachte en wellicht moeilijke periode gunstig mag laten uitwerken voor jezelf en voor alle anderen.

Op het vlak van racisme in onze samenleving heeft de coronacrisis, als periode van reflectie, zijn vruchten al afgeworpen. Dat wat eeuwenlang de norm was, blijkt met de ogen van vandaag niet meer acceptabel, en nooit acceptabel geweest. Een grote gemarginaliseerde groep stelt hun dagelijkse onrespectvolle ervaringen aan de kaak. Dat op zijn beurt problematiseert groot onrecht uit het verleden, de slavernij, en de manier waarop die tot op de dag van vandaag doorwerkt in onze samenleving. Ik zou wensen dat de coronacrisis een dergelijke brede bewustwording ook bewerkstelligt op het vlak van hoe wij met de aarde en de natuur omgaan. Dat we ook op dat vlak ons handelen in korte tijd veranderen en zo een duurzame samenleving creëren. En misschien, als er over enkele generaties op deze periode wordt teruggekeken, is dat ook wel zo.

Maar nu weer terug naar jou. De coronacrisis is een vreemde periode geweest. En, aangezien deze crisis nog niet voorbij is, zitten we in zekere mate nog steeds in die vreemde tijd van onwennigheid, van onzekerheid, van op onszelf teruggeworpen zijn en van reflectie. Wat heb jij ervaren, terwijl je zo aan jezelf was overgeleverd en misschien nog steeds? Welke aspecten van jouw leven zijn naar voren gekomen als gebied dat om aandacht vraagt? En hoe kan je nu al beginnen met je leven zo in te richten dat ook na deze crisis jouw leven en dat van je dierbaren meer recht wordt gedaan? Hoe benut jij de kracht van dit bijzondere moment in jouw leven? Deze vragen blijven stellen, is misschien wel belangrijker dan de antwoorden te kunnen benoemen.

 

Binnen laten

In mei hebben we vanuit Zen Zeist onze eerste Zen-aan-Zee Inspiratiedag georganiseerd. Een hele dag naar het strand, waar we gemediteerd hebben, gewandeld, creatief zijn geweest (schrijven, fotograferen, tekenen) en hebben uitgewisseld over onze ervaringen. Het is een prachtige, vervullende dag geworden. Het was een experiment om het zo te doen, ook om te zien of we dit jaarlijks wilden gaan doen.

Toen we dit na afloop bespraken in onze twee meditatiegroepen op de dinsdag- en donderdagavond, werd een jaar wachten op een tweede editie van deze dag te lang bevonden. Daarom zijn we in september weer gegaan. Ondanks regen werd het opnieuw een heerlijke dag. Volgend jaar in mei hopen we de derde Zen-aan-Zee Inspiratiedag te organiseren.

Bovenstaande foto is van de dag in mei. Onderstaand gedicht is van de dag in september. Om je een beetje mee te laten genieten!

Binnen laten

Volhardend
zacht en constant
telkens anders
beukt de zee

Grijpt in
mijn oerwoud
van gezichtspunten
Hakt ruimte

Benauwd verduisterd
maakt plaats
voor nieuw licht
Open zijn ontvangt

Gesloten gedachten
laten gaan laat los
Niets meer doen
Hier wordt gedaan

Mijn lichaam mijn leven
voorbij
Slechts een instrument
van het grote

Alles stroomt
door mij
Ik geef gewoon
terug

Leraar-leerling

De relatie leraar-leerling speelt in het (zen)boeddhisme een belangrijke rol. Het is een van de bijzondere aspecten van de Sangha, de boeddhistische gemeenschap. Het is een 1-op-1 relatie in de context van deze gemeenschap van beoefenaren, een groep waarbinnen en waarmee je je spirituele pad vorm geeft.

Boeddha herkent boeddha. De leerling herkent de meester in wat die zegt, in wat die doet, en denkt: dat wil ik ook, zo wil ik ook zijn, dat wil ik ook doen en kunnen. De leerling verlangt naar de vrede die de leraar lijkt te hebben met hoe het leven gaat, de innerlijke rust, de vrijheid waarmee die handelt en de verlichte blik van waaruit die over de werkelijkheid praat. Daarom gaat ie bij haar of hem in de leer. Dit is een keuze van de leerling. Het is de leerling die de leraar-leerling relatie bepaalt. Het belangrijkste wat de leerling moet doen, om de leer overgedragen te krijgen en zo te leren wat ie wil leren, is komen opdagen (to show up). Dus naar de zengroep komen, en ook naar het eigen meditatiekussentje thuis, telkens weer opnieuw.

Als leraar herken ik, zoals in iedereen, ook in de leerling de boeddha. Ik zie aan de ene kant dat de leerling een boeddha is: een wezen met intelligentie en gevoel, die de werkelijkheid zoals die is op elk moment van de dag of nacht waarneemt met eigen ogen, oren, neus, tong, huid en, zoals de boeddhisten het zeggen, het ‘denkorgaan’. Een volmaakt wezen, dus, dat de volkomen onovertroffen wijsheid bezit. Aan de andere kant zie ik de potentie voor groei, om vanuit angst, moeite en lijden een ontwikkeling door te maken naar vrede, inzicht, bevrijding en liefde.

Zodra jij, de leerling, op je meditatiekussentje gaat zitten, ben je een boeddha, of je je dit beseft of niet. Als je geen boeddha was, zou het niet bij je opkomen om zo’n vreemde activiteit te gaan doen: alleen maar stil zitten en niets doen. Als je geen boeddha was, zou je de kracht van de groep en van de leraar niet herkennen. En als je geen boeddha was, zou de wens niet bij je ontstaan om je boeddhaschap te ontwikkelen, om les te nemen, te lezen en te oefenen. Dat zijn allemaal aspecten van jou, van je ware aard, van je boeddhanatuur. De boeddha die je bent en de potentie om een boeddha te worden, zijn een.

De leraar-leerling relatie is een verhouding van respect, wat een understatement is: je schat elkaar zeer hoog. Je ziet, meester en leerling meestal op heel verschillende wijze, het hogere in elkaar. En je oefent samen een rituele manier van omgaan met elkaar uit die het beste in elkaar naar boven brengt.

Deze relatie is in het boeddhisme heel belangrijk. Je kunt het zien als de motor waar de hele beweging op draait. De leer wordt al vele eeuwen van leraar op leerling overgedragen. De Boeddha leefde zo’n 2500 jaar geleden, in het gebied net ten zuiden van de huidige grens tussen India en Nepal. Hij is zelf bij verschillende leraren diepgaand in de leer geweest, voor hij een totaal vernieuwende benadering ontwikkelde. Die is vervolgens van leraar op leerling overgedragen, van generatie op generatie, van toen tot nu en van daar in India tot hier in het Westen. Ik ben de 84ste generatie vanaf de Boeddha en jij bent, nu je dit leest, de 85ste generatie van deze overdracht, van deze transmissie. Is dat niet bijzonder?

In onze moderne westerse maatschappij mis ik het besef van het belang van dergelijke leraar-leerling relaties. In de middeleeuwen en nog daarna hadden we het gildensysteem, waarin de gezel jarenlang bij de meester in de leer ging om zich in een vak te bekwamen. Maar tegenwoordig lijkt er op alle terreinen zo veel vernieuwing te zijn dat oude wijsheid, kennis en ervaring, minder op waarde wordt geschat. Zeker in de huidige beroepspraktijk komen situaties, waarin langdurige overdracht van kennis en vaardigheden van leraar op leerling plaatsvindt, minder voor. Direct na de studie komen nieuwe werknemers bij grote bedrijven of bijvoorbeeld overheidsinstellingen nog weleens in een traineeship terecht, waar ze veel van leren. Dat zijn goede voorbeelden van wat mogelijk is, ook al zijn de mogelijkheden om de rest van je werkende leven door te leren in lang niet alle organisaties even goed. En er zijn wel nieuwe geluiden om ‘een leven lang leren’ breder in de maatschappij vorm te geven, die ik een warm hart toedraag.

Ik werk aan de plaats van duurzame technologie in het primair en voortgezet onderwijs, met name op het vlak van energietransitie. Daarbij tracht ik om leerlingen mee te nemen in en voor te bereiden op het vinden van oplossingen voor het klimaatprobleem. Ik heb daarvoor samen met anderen een stichting opgericht, een organisatie met een maatschappelijke doelstelling. Onze stichting heeft geen vaste inkomsten, werkt volledig op basis van subsidies en andere tijdelijke projectgelden, voor telkens wisselende projecten. Dat biedt weinig continuïteit voor de medewerkers, die vooral op tijdelijke contracten of op zzp-basis werken. Hoe kan je in een dergelijke situatie een langdurige relatie opbouwen, die het equivalent is van een leraar-leerling of meester-gezel relatie?

Juist op dit vlak is leren zo belangrijk: het werkveld van zorg voor ons leefmilieu, voor toekomstige generaties en voor de mensen in vooral de armere gebieden op onze aarde die nu al veel last hebben van milieuproblemen zoals droogte en het wegkappen van oerwouden. Op dit vlak is snelheid, om binnen enkele generaties onze maatschappij en economie drastisch te vernieuwen, van groot belang. Dat wordt lastig als je je leerprocessen, de overdracht van inzicht en vaardigheden van de een op een op de ander, onvoldoende op orde hebt.

Er is een grote transformerende beweging nodig, waar ngo’s en sociaal ondernemers een belangrijke rol in spelen, om de manier waarop we met elkaar en onze hulpbronnen omgaan totaal te veranderen. Hoe krijg je dit voor elkaar? Een super interessant probleem maar ook nijpend. De teloorgang van ons milieu gaat razendsnel en versnelt steeds meer. Kunnen wij snel genoeg leren veranderen om het tij te keren? Dat houdt mij bezig en bepaalt mijn keuzes van hoe ik te werk ga, met een focus op jongeren en het onderwijs.

Mijn leraren zijn mij dierbaar. Ik ben hen dankbaar voor het vele dat ik van hen mocht en mag leren. Steeds ben ik op zoek naar mensen met wie dat kan, zowel op het vlak van mijn duurzaamheidswerk in het onderwijs als op het vlak van zen. Om me met hen voor even of voor langere tijd te kunnen verbinden in een relatie waarin mijn leren of dat van de ander centraal staat. Ook voor jou is dit onderwerp van leraar-leerling overdracht vast relevant. Welke belangrijke leermeesters in je leven van wie je de zaken kunt leren die je belangrijk vindt en die je kunnen helpen om de bijdrage te leveren aan deze wereld die je wilt geven? Op welke terreinen is het belangrijk voor jou om te leren? Wie zijn daar voor jou de interessante mensen, de grote inspiratoren? Kan je daarbij in de buurt komen, met hen werken, naar lezingen, of op welke manier dan ook van hen leren? Of kan je onderzoeken wie er interessante kennis, ideeën of vernieuwing brengt op dat terrein? Ik wens je heel veel plezier en geluk bij je (verdere) ontdekkingstocht!

Als afsluiter wil ik je een mooie metafoor meegeven die is overgeleverd uit de zentraditie. Het gaat over hoe je je moet opstellen ten opzichte van een leraar, om daadwerkelijk in staat te zijn om van haar of hem te kunnen leren. Het is het volgende beeld: maak je bekertje leeg en plaats je lege bekertje onder de kan van de leraar. Of nog preciezer: word een leeg bekertje en plaats de leraar als een kan boven je zodat die in jou kan schenken. Wil je iets van iemand leren, zet dan je eigen kennis, ervaring, ideeën, meningen en oordelen even opzij. Je maakt bewust je bekertje, waarin je wilt ontvangen, leeg. En vervolgens is het van belang dat je je onder de leraar plaatst, dat je de verticaliteit van de relatie erkent: de leraar draagt over, jij leert en niet andersom. Zo positioneer je je op een ontvangende wijze. Als je je naast de leraar plaatst en die gaat gieten vanuit zijn kan, dan giet hij ernaast en raakt jouw bekertje niet gevuld. En de leraar, die doet wat hij altijd en bij iedereen doet en zal doen: hij schenkt.

Drie juwelen

Het boeddhisme is ‘iets’ dat zo’n 2500 jaar geleden is ontstaan, toen de Boeddha les ging geven naar aanleiding van zijn verlichtingservaring. Sindsdien is het telkens doorgegeven en verrijkt door nieuwe generaties leraren en inmiddels is het ook hier in het Westen terecht gekomen. Wat is dat ‘iets’ dan dat is doorgegeven en velen van ons zo inspireert? Daar weten we niet zo goed raad mee. Is het een religie, een leer, een filosofie? Of een oefenpraktijk? We raken er niet over uitgepraat. De term ‘boeddhisme’ is dan ook een westerse term en in de boeddhistische teksten vind je geen definitief of eenduidig antwoord op deze vraag.

Waar de teksten wel duidelijkheid over verschaffen is over hoe de boeddhadharma, de boeddhistische leer, tot ons komt. Drie middelen, ofwel drie voorwaarden, zijn nodig om te zorgen dat het boeddhisme van generatie op generatie doorgegeven wordt. Dat zijn ook de drie zaken die jij nodig hebt als je zelf de vruchten van deze aanpak wilt plukken. Ze worden de drie juwelen genoemd: boeddha, dharma en sangha. Ik zal uitleggen wat ze inhouden.

Boeddha, dharma en sangha zijn elk zeer rijke begrippen, met verschillende lagen van betekenis. Ik zal beginnen met de meest eenvoudige uitleg. Je komt in aanraking met het boeddhisme via een leraar (de boeddha), die de leer aan je overdraagt (de dharma) in de context van een leergemeenschap (de sangha). Zo simpel is het. Nu weet je wat nodig is om deze rijke traditie te leren kennen en deze je eigen te maken. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

De leraar geeft je uitleg over de boeddhistische leer en begeleidt je bij de meditatie, de belangrijkste oefenpraktijk van het boeddhisme. In die rol representeert zij of hij de Boeddha, degene die deze werkwijze is gestart. Elke boeddhistische leraar heeft van haar of zijn leraar ooit toestemming, of de opdracht, gekregen om zelf les te gaan geven. Die autorisatie gaat, in mijn geval via 84 generaties van leraren, rechtstreeks terug op de Boeddha. Hart en geest vormen samen 1 begrip in het boeddhisme (shin). De hart-geest van de Boeddha is telkens overgedragen en leeft dus nog steeds. Dit is het, waarmee de leraar je inspireert en begeleidt. Hoe dan? Door de werkelijkheid te tonen zoals die is. Dat helpt je om degene te zijn die jij werkelijk bent. Dit ‘zo-zijn’ van ons bestaan, dat is de boeddha, dat is wat is overgedragen, dat is wat de leraar representeert.

De dharma is de boeddhistische leer, de beoefening of aanpak die is overgedragen. Dat is een heel scala van technieken en methoden: boeddhistische teksten om te bestuderen, zitmeditatie en loopmeditatie om te beoefenen, rituelen, beelden, mantra’s. Er is dus van alles wat je kunt doen om je het boeddhisme eigen te maken. De leer geeft ook duidelijkheid over wat dat oplevert: onder andere geestelijke rust, compassie, vrijheid, inzicht, verlichting. Alle reden dus om hier werk van te maken en te zien of dit de moeite waard is voor jou. Maar de dharma is breder dan dat: deze omvat alle verschijnselen, alle dingen, alle gedachten, alle momenten. Die kunnen allemaal inzicht brengen, verlichting. De dharma, de leer, die aan je wordt overgedragen bestaat uit alle aspecten van de werkelijkheid, de veelheid van alle aspecten van de zo-heid van ons bestaan, van boedhha.

De sangha is de boeddhistische gemeenschap, de groep waarmee je oefent. Een andere omschrijving die de Boeddha hiervoor gebruikt is ‘spirituele vriendschap’. Hij benoemt het belang dat hij hecht aan dit derde juweel van het boeddhisme als volgt: de sangha is bepalend voor het begin, het midden en de voleindiging van de weg naar de volledige realisatie van de onovertroffen volkomen verlichting. Dat is nogal wat. Als je weleens gemediteerd hebt in een groep, dan weet je waar hij het over heeft: de kracht van de meditatie is heel anders dan als je het alleen doet. De steun die je aan elkaar hebt op het spirituele pad is onontbeerlijk. Je geest is alleen van jou. Daar ben je helemaal vrij. Er is niemand die in je bovenkamer kan kijken. Uiteindelijk ben je op jezelf aangewezen als het om je spirituele ontwikkeling gaat. Toch lukt dit niet of nauwelijks zonder leraar en mensen om je heen die je vergezellen op je pad.

Ook in mijn werk, op het vlak van duurzaam onderwijs en bij het via deze weg aanpakken van het klimaatprobleem, spelen de drie juwelen voor mij een belangrijke rol. Bewustwording staat in mijn werk op de eerste plaats: het creëren van inzicht in de problematiek en in de mogelijke oplossingen. Dat is het boeddha-aspect van mijn werk. Je kan wel prachtige duurzame technologieën ontwikkelen, maar als niemand het bewustzijn heeft dat nodig is om deze toe te passen, dan schiet het niet op (dit is volgens mij al enkele decennia een belangrijke vertragende factor). Dit is ook de reden waarom ik zoveel belang hecht aan mijn meditatiegroepen en deze veel van mijn tijd, aandacht en energie schenk.

Het tweede juweel, het dharma-aspect, vertaalt zich naar het belang dat ik hecht aan goede voorbeelden en in het bijzonder aan de veelheid ervan, aan de grote aantallen. Ik probeer ervoor te zorgen dat iedereen aan alle projecten van onze stichting en aan alle deelaspecten en uitingen daarvan, kan zien waar het ons om gaat. Dat deze zichtbare vormen kloppen bij onze doelstellingen en inspirerend zijn. De details doen ertoe. Ik ervaar het als een zeer pittige opgave om met een organisatie zonder vaste financiers maar telkens weer losse projectgelden, aan deze zelf opgelegde eisen te voldoen. Het lukt ook lang niet altijd zo goed als ik wel zou willen. Oefenen, telkens weer.

Het derde juweel, sangha, is op vele manieren van belang voor mijn duurzaamheidswerk. Ten eerste natuurlijk het team waarmee ik werk, dat steeds weer van samenstelling wisselt en voor wie ik zo moeilijk zekerheid voor toekomstige werkzaamheden kan verschaffen. Het is een voortdurende opgave, uitdaging en gelukkig meestal een groot geluk om met elkaar een fijne hechte groep te maken die prettig samenwerkt, waarin ieder zich veilig voelt en waarin plezier gemaakt wordt. Gezien mijn – vaak te – serieuze karakter lukt ook dat niet altijd even goed. Bouwen aan teams speelt ook voor de leerlingen die we begeleiden, bijvoorbeeld als ze gezamenlijk een energiebesparingscampagne opzetten voor hun school. Als zij al jong leren om hun dromen in teamvorm waar te maken, werken ze later hopelijk ook met hun team aan wat hen drijft.

Even belangrijk is het werken aan een veld van gezamenlijkheid en vertrouwen met samenwerkingspartners buiten de organisatie, met wie we samen toewerken naar een duurzame toekomstige samenleving. Soms gebeurt dat losjes, in spontane samenwerking, maar steeds vaker in de meer georganiseerde vormen van coöperaties en leergemeenschappen. Achterliggend voor al het duurzaamheidswerk is het begrip van sangha als de verbondenheid met mensen en dieren elders op onze kwetsbare planeet en met voorgaande en toekomstige generaties. En dan speelt binnen het duurzaamheidsveld nog het belang van overdracht van inzicht, vaardigheden en ervaring van de ene op de andere generatie, wat noodzakelijk is om de zo broodnodige snelle ontwikkeling te kunnen doormaken en niet iedereen telkens opnieuw het wiel te laten uitvinden.

Kortom, op het vlak van de drie juwelen is altijd werk aan de winkel. Gezamenlijk vormen ze een kompas, een stappenplan om voort te gaan op je pad op een manier die iedereen ten goede komt. De drie juwelen vormen als het goed is uiteindelijk 1 geheel, een eenheid waarvan de delen elkaar aanvullen, versterken en zelfs dragen. In elk juweel zijn beide andere juwelen herkenbaar terug te zien. Een inspirerend voorbeeld van de schoonheid van Boeddha’s leer en van de eindeloze mogelijkheden om haar dagelijks in vele vormen te oefenen en in praktijk te brengen. Nog mooier wordt het als we daarin gezamenlijk kunnen optrekken, elkaar kunnen inspireren en helpen opstaan elke keer als we vallen. Om te leren van elkaars fouten, samen successen te vieren en – hopelijk – dat wat werkt ook elders toe te passen.

Allemaal mijn fout

Afgelopen zomer was de Amerikaanse zenleraar Joan Halifax Roshi voor de derde maal in Nederland om in Cadzand een retraite te leiden en wederom had ik het geluk om daarbij te kunnen zijn. Roshi Joan behandelde er haar nieuwste boek, ‘Living on the edge’. Daarin beschrijft ze vijf eigenschappen, waarin we ‘op het randje van de afgrond’ moeten lopen om aan de wereld te kunnen bijdragen wat we werkelijk te bieden hebben, om zo ons menszijn optimaal tot uitdrukking te brengen.

De vijf ‘grensstaten’ zijn: altruïsme, empathie, integriteit, respect en toewijding. Elk van deze eigenschappen heeft een negatieve kant. Daar kom je in terecht als je over het randje, over de grens duikelt. Dat is niet wanneer er een teveel is van deze eigenschap, maar wanneer je erin over je eigen grenzen gaat. Dat is iets wat in eerste instantie noodzakelijkerwijs regelmatig gebeurt. Dan kun je daarna van je fouten leren door weer op te staan en het een volgende keer anders te doen. Interessante kost voor een zenstudent als ik.

Bij elke grensstaat gaf Roshi Joan ons een koan, een verhaal uit de zentraditie dat de bedoeling heeft om bij inzicht te wekken bij wie met dit verhaal werkt. De koan bij het onderwerp altruïsme eindigde met het zinnetje ‘Het is allemaal mijn fout’. In het volgende gedicht beschrijf ik wat het werken met de koan me bracht tijdens de retraite.

Mijn fout

Het is allemaal
mijn fout
Alles omvattend
volledig bevrijdend
Afhankelijk
van niets en niemand
Mijn verantwoordelijkheid
in verbinding
Geen slachtoffer
geen dader
geen redder
Zo
zoals het is
zo is het
Dat heb ik gedaan
Wat nu te doen?
Duizend ogen en handen
doorheen het lichaam
Helder en alert
geheel duidelijk
dit nu te doen
en dat niet
Elke uitkomst
weer bruikbaar
als ingrediënt
in elk nieuw moment
Telkens weer

9 september 2018